Naar Navigatie links

Overzicht actuele berichten

Zilver uit de 1e helft van de 19e eeuw

Gepubliceerd: 30 maart 2007

Bekroond met een slang

Het is opvallend te constateren dat het zilverwerk uit de 1e helft van de 19e eeuw (1800-1850) aan een opmars, om het maar zo te noemen, bezig is. Verwonderlijk is dit niet. Enerzijds verstrijkt de tijd en wordt deze periode daardoor interessanter voor verzamelaars en -toch ook wel- beleggers. Anderzijds was er in deze periode nog sprake van handwerk en werd er prachtig zilverwerk gemaakt. Na 1850 zie je steeds meer machinaal vervaardigd zilver op de markt verschijnen. Er ontstaan zilverfabrieken zoals Van Kempen. Ik zal u kort iets over de periode van 1800-1850 vertellen. Klik voor het hele artikel hierboven op de kop.

De technieken die men in de handwerkperiode gebruikte waren divers. Zilverwerk werd gehamerd, gedreven (met een drijfhamer en beitel), gebosseleerd (kloppen van een relief in het zilver), gezaagd (ajourwerk), verguld (bescherming tegen verkleuren en/of imitatie van goud)en vele andere technieken werden toegepast. In de machinale post 1850 periode werd zilver gestanst, geguillocheerd en was er sprake van machinaal ajourwerk. Het verschil tussen machinaal en hand-ajourwerk kun je goed voelen, hand-ajourwerk heeft scherpe randjes, het machinale niet althans bijna niet.

Aan het begin van de 19e eeuw waren de gildekamers verdwenen en kon een ieder zich als zilversmid uitgeven. Geen leertijd en geen meesterstuk stond nu de uitoefening van het vak in de weg. De concurrentie en het kwalitatief hoge niveau dat door de opdrachtgevers werd gevraagd zorgde er echter voor dat het kaf van het koren werd gescheiden. De slechte of middelmatige zilversmeden kregen geen opdrachten meer. Ondanks het wegvallen van de gilden was het zilver in de 1e helft van de 19e eeuw van zeer hoge kwaliteit.

Begin 1800 noemt men wel de empire periode naar de Franse stroming die ontstond aan het eind van de 18e eeuw. Het zilverwerk kenmerkt zich door het gebruik van zwaar zilver (dikke platen werden verwerkt). Het zilver uit deze periode ziet er vaak stoer uit. Zie bijvoorbeeld het zilver van Bennewitz en Bonebakker, waarover ik eerder schreef. Prachtig stoer en modern ogend zilverwerk.

In het empire werden vaak menselijke en dierlijke figuren als versiering gebruikt. En ornamenten uit de plantenwereld. Gebruikt in eenvoudige, gracieuze vormen. Op mijn site staan voorbeelden van deze voorwerpen. Zie bijvoorbeeld de hengselbak met leeuwenkoppen of de theebus bekroond met een slang. Er werd vaak ook gebruik gemaakt van vormen uit de klassieke oudheid, de Romeinse periode. In Engeland werd deze periode wel aangeduid als Regency.

Rond 1820 tot 1855 ontstaat het Biedermeier zilver als reactie op het empire. Nog steeds gemaakt door bekende zilversmeden. Het Biedermeier zilver, met name het kleinzilver, is doorgaans verfijnder en dunner. Na een revolutie en 2 decennia oorlog verlangde men in de kunst naar huiselijkheid en vriendelijker vormen in plaats van de stoere vormen uit de empire. Dat vertaalde zich ook in het zilverwerk.

(107.38Kb)